Met heel mijn hart

Zij luisterde.
Zij adviseerde.
Zij regisseerde én dirigeerde.

Bij haar kon ik mijzelf zijn.
Zij was mijn rustpunt.

De realiteit is echter dat ik een toekomst tegemoet ga zonder haar als geliefde aan mijn zijde. Uiteindelijk is dat na lang overleg beter voor ons beide.

Dankbaar ben ik voor de twee jaren waarin ik lief en leed met haar heb mogen delen. Nederig ben ik voor de dingen waarin ik voor haar een belangrijke rol heb mogen spelen.  

Twee jaar met veel hoogte én veel dieptepunten.
Twee jaar met veel lachen én veel huilen.

Twee jaar waarvan ik geen dag, week of maand zou willen ruilen.   

Zij heeft voor altijd een plekje in mijn hart.
Toch is het voor ons allebei tijd voor een nieuwe start.

Ik hoop oprecht dat zij in mijn leven nog een belangrijke rol zal gaan spelen. Al zullen we de kaarten dan wel anders moeten verdelen.

Een hechte vriendschap is waarop ik hoop.
Dat waar ik naar streef is een echte samenloop.

Wat mij rest te zeggen is dat we er beide wel gaan komen.
Al zullen de tranen nog wel even blijven stromen.


Advertenties

Sprakeloos

Soms gebeuren er dingen waar je even stil van wordt.
Ingecalculeerde zekerheden blijken dan ineens toch heel onzeker.

Je innerlijke rekenmachine had het blijkbaar niet bij het juiste eind.
Je moet constateren dat je een flinke inschattingsfout gemaakt hebt.  

Je probeert de negatieve gedachten erover los te laten.
Je probeert de zoektocht naar het juiste antwoord niet te forceren.

Je probeert het te relativeren.
Maar je probeert het uiteindelijk toch opnieuw te calculeren.

Deze som laat zich echter niet uitrekenen.  
Het bestaat namelijk uit meer dan delen en vermenigvuldigen alleen.

Hoe gedetailleerd je de som ook uitschrijft.
Hoe gespecificeerd je de mits en maren ook afweegt.

Het enige antwoord is – de tijd zal het leren – wie je ook raadpleegt.  

Erkentelijk

Zij staan er allemaal.
Niemand uitgezonderd.

Samen hebben zij één doel.
En zij doen het uit liefde.
Uit liefde voor een persoon die zichzelf even kwijt is.

Iedereen doet het op zijn eigen manier.
De een is het luisterend oor, de ander pakt juist door.  

De kennis van mijn begeleiders, de liefde van mijn familie en het kameraadschap van mijn vrienden. Zonder hen was ik er naar alle waarschijnlijkheid grenzende zekerheid niet meer geweest.

In mijn vader zijn stem hoor ik de emotie als hij mij probeert op te beuren.
Hij leeft met mij mee.
Hij voelt mijn pijn bij ons samenzijn.
Die man is fantastisch.
Wat een held.

Mijn moeder denkt vaak praktisch mee.  
Ik kan niet meer op twee handen tellen hoe vaak ze in de afgelopen periode voor mij gekookt heeft of simpelweg de vraag heeft gesteld of zij iets voor mij kan doen. Onze karakters botsen soms, maar mijn liefde voor haar valt niet samen te vatten in één alinea.

Mijn zusje komt vaak met de betere adviezen.
Zij maakt tijd voor mij, alhoewel ze zelf het gevoel heeft dat ze daarin tekort schiet. Zij maakt mij zelfs in de depressieve periodes aan het lachen door haar droge humor, staat haar mannetje in discussies en is ongelofelijk intelligent.

Mijn vrienden beuren mij vaak op.
Met humor, wijsheid en inlevingsvermogen zijn zij van onschatbare waarde.
Een klein berichtje doet soms al wonderen.  
Bij hen voel ik mij thuis.

Mijn inner circle is compleet met mijn vriendin.
Mán wat heeft zij het soms moeilijk.
Zij slaat zich een weg door mijn stemmingswisselingen en depressieve buien.

Zij luistert.
Zij adviseert.
Zij regisseert én dirigeert.
Bij haar kan ik echt mijzelf zijn.
Zij is mijn rustpunt.

Wat deze mensen met mij doen, daar kan geen medicijn tegenop.    

Waanzinnig

De afgelopen weken leefde ik als een angsthaas.
Alles wat ik meemaakte bleef als waanzin in mijn hoofd rondspoken.

Ik legde verbanden die er niet waren.
Ik zag in veel dingen een onrealistisch gevaar.

De waan van de dag nam de overhand.  

In overleg met mijn psycholoog, begeleider en psychiater besloten
wij dat de dingen voor nu echt even anders moesten.

Een stap omlaag met de dagbesteding.
Een stap omhoog met de medicatie.

Of zoals ze zeggen: ‘een stap terug’.

Hoe hard ik het ook probeer, hoe goed ik ook bezig ben,
ik zal door mijn ziekte altijd kwetsbaar blijven.

Deze kwetsbaarheid is echter in te kaderen, er valt dus zeker mee te leven.
Ik merk alleen dat ik nóg beter naar mijzelf moet luisteren en dingen nóg eerder moet aangeven.

Daarom vind ik deze ‘stap terug’ vanuit mijn perspectief eigenlijk
‘een stap vooruit’.

Dit omdat ik heb ingezien waar het misging, ik geleerd heb waar voor dit moment mijn grenzen liggen en ik nu weet hoe ik mijn grenzen beter kan bewaken.

En zo bewandel ik niet alleen stap voor stap de weg naar herstel,
maar leer ik mijzelf iedere dag weer een beetje beter kennen.

Achteraf gezien toch zinnig dus, zo’n waan.

Verborgen gebreken

Mijn vorige therapie sessie stond in het teken van stoornissen.

De stelling luidde dat er zoveel mensen zijn met een stoornis,
dat het woord stoornis niet meer op zijn plaats is.

De lijn die bij iedereen zogenaamd horizontaal moet lopen,
wijkt namelijk aan alle kanten af.

Het vervelende hieraan?
Dat dit bij de meeste mensen ondergronds blijft.  

Mensen schamen zich.
Mensen verbergen hun problemen.
Mensen zijn bang voor de ‘afwijzing’

En dat vind ik spijtig.  

Hoeveel mooier zou de wereld zijn als iedereen
zijn eigenaardigheden op tafel zou gooien.
Gewoon in een soort collectieve landelijke therapie sessie.

Ik denk dat we dan van elkaar zouden kunnen leren.
En dat we een beetje minder die horizontale lijn gaan begeren.

Ja, jongens.
Ik begrijp het.
Niet iedereen hoeft het zoals ik van de daken te schreeuwen.

Maar een beetje meer openheid, zou dat de wereld kwaad doen?
Of leef ik weer in een utopie?

Een puntje voor mijn psycholoog, zo besluit ik mijn gedachtegang.

Prijskaartje

Mijn extravagante levensstijl heeft mij in het verleden flink in de problemen gebracht. Dure taxiritjes, foute vriendjes,  de hipste kleding, fantastische feestjes;
het kon niet op, en dat ging het toen ook niet.
Laat ik het anders zeggen; de leefstijl van Herman Brood was er niets bij.

Veel van de mensen die zich momenteel in mijn sociale kring bevinden zullen dit niet in mij herkennen. Ik leef nu namelijk al een aantal jaren een sober leven,zonder uitspattingen.
Ik sta op tijd op, volg mijn therapieën, volg de dagbesteding, ga netjes naar de afspraken met mijn psycholoog en psychiater en ik ga, boven alles, op tijd weer mijn nest in.

Ik besef dat ik nu de prijs betaal van het leven dat ik geleefd heb.
Toch best een duur prijskaartje.  
Niet alleen financieel maar ook op het gezondheidsvlak
heb ik flink moeten ‘inleveren’ om stabiel te zijn en te blijven.

Heimwee heb ik niet meer naar het ‘bizarre leven’ dat ik destijds leefde, noch heb ik spijt van keuzes die ik toen gemaakt heb.
De momenten die ik ongezond heb ‘mogen genieten’ zijn onbetaalbaar.
Maar de momenten dat ik nu gezond ‘mag genieten’ daar staat ook geen bedrag tegenover.

Ik heb geleerd om de kleine dingen in het leven te appreciëren.
Ik hoef niet meer dat mannetje te zijn dat aan iedereen
laat zien hoe goed hij het heeft.
Ik kan eindelijk mijzelf zijn en dat voelt goed.  

Er is nog een lange weg te gaan voordat ik de ‘herstel fase’
achter mij kan laten.
Maar ik ga er met opgestroopte mouwen en gebalde vuisten tegenaan.

Waar komt deze passie toch ineens vandaan komt? 
Plaats ik het allemaal wel in het juiste perspectief?

Een paar puntjes voor mijn psycholoog, zo besluit ik mijn gedachtegang.

Humor is er niet meer

Met een lach en een traan denk ik aan je terwijl ik dit schrijf.

Jij leerde mij dat ik mijn handen dichter bij elkaar moest houden als ik de bal wilde vangen.
Jij leerde mij op een skelter te crossen.
Jij leerde mij dat de appeltaart de lekkerste taart ter wereld is.

Jij leerde mij dat je met humor het verst kan komen in het leven.  
Jij leerde mij het leven niet zo serieus te nemen.
Jij leerde mij dat klaar staan voor anderen heel belangrijk is.

Jij mocht niet weten dat ik ziek was,
maar jij begreep mij als de beste.

Samen kookten we.
Samen deden we de afwas.
Samen rookten we een sigaret.
Samen keken we onze ogen uit als de zoveelste knappe verpleegster binnen kwam.

Samen hebben we gevochten.
Allebei tegen een andere ziekte.

Jij hebt jouw strijd verloren, maar ik ga mijn strijd winnen Opa.

En als ik win, dan kijk ik nog één keer omhoog.
En dan laat ik het achter me.

Het idee dat jij ooit nog terugkomt.
Dat gedachte dat jouw vertrek één grote grap was.

Een puntje voor mijn psycholoog, zo besluit ik mijn gedachtegang.